voortgezet speciaal onderwijs
 
Copyright © 2008 by
"declip"
All Rights reserved
clip@lasenberg.nl
Designed by declip.eu
 
 
 
De Lasenberg
Kerstmarkt
INHOUDSOPGAVE
Een woord vooraf


1     De Lasenberg
1.1    De naam
1.2    Voor wie is de school bedoeld?
1.3    De Kolibrie

2       Waar De Lasenberg voor staat
2.1    Missie en visie
2.2    Uitgangspunten

3       Aanmelding en toelating
3.1     Aanmelding via het Regionaal Expertise Centrum
3.1.1  REC 4-4
3.1.2  De aanmeldingsprocedure
3.1.3  De intakecoördinator
3.1.4  De Commissie voor Indicatiestelling
3.2     Bij opname in Arkemeydeof Lijn 5/ OPL Opbouwnet
3.3     De keuze is aan de ouders
3.4     De Commissie van Begeleiding

4        De organisatie van het onderwijs
4.1     Programma aanbod
4.2     De klassenindeling en groepsgrootte
4.3     Het vakkenpakket
4.4     Algemeen Vormend Onderwijs
4.4.1  Ivio examens
4.4.2  Ict
4.4.3  Documentatiecentrum
4.5     Praktijkonderwijs
4.6     Arbeidstoeleiding
4.6.1  Arbeidstraining
4.6.2  Stage
4.6.3  Arbeidskundig onderzoek
4.7     Leerling begeleiding
4.7.1  Handelingsplan
4.7.2  Leerling- en groepsbesprekingen
4.7.3  Zorgteam
4.7.4  Remedial teaching, logopedie, ambulante therapie
4.7.5  Achtervang

5    De dagelijkse praktijk
5.1    Schooltijden
5.2    Vakantierooster 2008/2009
5.3    Verzuim
5.3.1 Verzuim- en ziekmelding
5.3.2 Te laat komen
5.4    Extra verlof
5.5    Lesuitval
5.6    Boeken en materialen
5.7    Leerlingenvervoer
5.8    Overblijven
5.9    Excursies, kampweken

6    Veiligheid
6.1    Het schoolklimaat
6.2    Regels en veiligheid
6.2.1 Schoolregels
6.2.2 Kledingvoorschriften voor personeel en leerlingen
6.3    Schorsing en verwijdering
6.4   
Klachtenregeling

6.5  Arbo

7    Oudercontacten
7.1  Contacten met ouders en verzorgers
7.2  De manager (leerlingen)zorg
7.3  De mentorleerkracht
7.4  Medezeggenschapsraad
7.5  Inzagerecht en de wet op de persoonsregistratie

8     Financiën
8.1  Ouderbijdrage
8.2  Verzekeringen
8.3  Sponsoring

9      De resultaten van het onderwijs

10      Namen en adressen
10.1    De Lasenberg en arbeidstoeleiding
10.2    Bestuur
10.3    Management Kwadrant Onderwijs
10.4    Personeel
10.4.1  (Mentor)leerkrachten
10.4.2  Vakleerkrachten
10.4.3  Technisch assistenten, werkmeesters
10.4.4  Stagebegeleiders
10.4.5  Onderwijs Ondersteunend Personeel
10.5     Jobstap
10.6    Medezeggenschapsraad
10.7    Klachtencommissie
10.8    Inspectie
10.9    Regionaal Expertise Centrum



























EEN WOORD VOORAF


Met deze gids willen wij u een beeld geven van het reilen en zeilen op De Lasenberg, een VSO-ZMOK-MLK-school te Soest. Er staan organisatorische en praktische zaken in. De zaken waarvoor wij dit jaar extra aandacht vragen bij het lezen van de gids zijn:
-de wijzigingen in de organisatiestructuur. Binnen Kwadrant Onderwijs gaan we met ingang van het nieuwe schooljaar de krachten van het Emauscollege en de Lasenberg in de aansturing bundelen zodat een slagvaardige en efficiënte organisatie van de twee scholen gaat ontstaan, die in nog bredere zin kan inspelen op de hulpvragen van leerlingen en ouders. In de uitvoering van het onderwijs blijven de twee organisaties zelfstandige eenheden. Het specifieke klimaat op de Lasenberg, waarvan wij als team vinden dat het passend is voor de hulpvraag van de leerlingen die onze school bezoeken, blijft hierdoor bewaard.
-de nadruk die we (naast vele andere zaken) gaan leggen op het gevoel van veiligheid en respect voor iedereen binnen de school. De aspecten veiligheid en bejegening vinden hun uitwerking in het veiligheidsplan. Eén speerpunt dat  we hier voor het voetlicht willen brengen is het volledige verbod op het gebruik van mobiele telefoons tijdens les- en pauzetijd.
-De start van de nieuwbouw van het schoolgebouw zal eind 2008 plaats gaan vinden. Hierover zullen we u nader informeren als de definitieve ontwerpen gereed zijn.

Mocht het zo zijn, dat u nader geïnformeerd wilt worden of kennis wilt maken met de school en zijn medewerkers, dan bent u van harte uitgenodigd om een afspraak te maken.

Met vriendelijke groet,


het team van De Lasenberg,

































1.  DE LASENBERG

1.1 De naam

De Lasenberg is een school (binnen Kwadrantonderwijs, een samenwerkingsverband met het Emaus College in Ermelo)  voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) die daarnaast ook moeilijk lerend (MLK) zijn kortweg: VSO-ZMOK-MLK. De Lasenberg geeft praktijkonderwijs en heeft een regionale functie. Ze is ingedeeld in cluster 4, behorende tot het samenwerkingsverband REC 4-4 (‘t Gooi, Utrecht en West-Veluwe). 

De school bevindt zich op het uiterste puntje van de Utrechtse Heuvelrug, ook wel Lazarusberg of Lasenberg genoemd. Een lase is een zeer oud woord voor wig. In de ijstijd duwde het poolijs zand en stenen voor zich uit en doorsneed daarmee als een wig het Utrechtse landschap en het Eemdal. Symbolisch is de wig een hulpmiddel om iets open te breken. Ons onderwijs wil helpen om de leerlingen in de vaak weerbarstige maatschappij een zinvol bestaan op te laten bouwen. Soms moet daarvoor veel en veelsoortige energie geleverd worden. Goed en aangepast onderwijs biedt leerlingen kansen voor de toekomst. Onze missie luidt dan ook:
‘vertrouwen krijgen, kansen creëren, perspectief realiseren’.


1.2 Voor wie is de school bedoeld?

De Lasenberg geeft onderwijs en begeleiding aan leerlingen tussen de 11-18 jaar (max. 20 jaar) met complexe problematiek die specifieke leer- en ontwikkelingsvragen hebben en die binnen het reguliere onderwijs of andere scholen voor speciaal onderwijs om verschillende redenen zijn vastgelopen. De leerlingen hebben vaak negatieve schoolervaringen opgedaan en hebben voor het succesvol afronden van school en het vinden van passend werk of eventueel een vervolgopleiding een intensieve begeleiding nodig, die gericht is op het opbouwen van het zelfvertrouwen en het (weer) geloven in eigen mogelijkheden.

Het onderwijs op de Lasenberg is bedoeld voor leerlingen die gedragsmatig moeilijk zijn en een licht verstandelijke beperking hebben. Binnen het onderwijs worden daarvoor de volgende IQ grenzen gehanteerd. Het totale IQ moet liggen tussen de 60- 85. De Lasenberg past deze grenzen niet rigide toe. Er wordt goed gekeken naar het totaalbeeld van de leerling en naar de opbouw van het intelligentieprofiel. Van belang is dat de leerlingen baat hebben bij onderwijs op MLK-niveau.

Daarnaast hebben de leerlingen gedragsproblemen, is er sprake sociaal emotionele problematiek of een psychiatrische stoornis. Denk hierbij bijvoorbeeld aan leerlingen met ADHD, leerlingen met weinig zelfvertrouwen, die zich moeilijk kunnen concentreren, leerlingen met PDD-NOS en andere gediagnosticeerde stoornissen.

Voor al onze leerlingen geldt dat samenwerking met ouders/verzorgers en begeleidende instanties rondom zorg en ondersteuning van de leerling erg belangrijk is.
Een deel van de leerlingen is aangewezen op meer hulp dan school en ouders kunnen bieden. Zij wonen op  orthopedagogisch behandelcentrum Arkemeyde.



1.3 De Kolibrie


De Kolibrie is een zorg-onderwijsarrangement, een combinatie van zorg en onderwijs, een samenwerking tussen Arkemeyde en de Lasenberg. De Kolibrie verzorgt onderwijs aan leerlingen tussen 8 en 12 jaar die als gevolg van ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problematiek zich niet kunnen handhaven binnen een reguliere vorm van (speciaal) onderwijs.
De leerlingen krijgen zeer intensieve begeleiding op zowel sociaal-emotioneel gebied als op didactisch gebied. De klassen bestaan uit maximaal 5 leerlingen, waarbij de begeleiding afgestemd wordt op het individuele didactische niveau en de gedragsproblematiek van de leerling. In de klas wordt gewerkt met een leerkracht en een gedragsbegeleider. Het doel van de Kolibrie is om de leerlingen na een maximale periode van 2 jaar in te laten stromen naar een reguliere vorm van speciaal onderwijs (veelal naar de Lasenberg). Om toegelaten te kunnen worden, dient er een REC-4 indicatie èn een zorgindicatie (in combinatie met een tijdelijke ontheffing van de leerplicht) aanwezig te zijn. De zorgindicatie is via het CIZ verkrijgbaar.


























2  WAAR DE LASENBERG VOOR STAAT

2.1 Missie en visie

‘Vertrouwen krijgen, kansen creëren, perspectief realiseren!’

De Lasenberg tracht een zo gunstig mogelijk klimaat te scheppen waarbinnen de leerlingen zich kunnen ontwikkelen tot zo zelfstandig mogelijk functionerende volwassenen met eigen verantwoordelijkheid. Wij bieden gefaseerd onderwijs om de leerlingen stap voor stap vertrouwen te leren krijgen en zich voor te bereiden op hun toekomst. We gaan uit van de mogelijkheden en talenten van de leerlingen en leren ze omgaan met hun beperkingen. Het gezamenlijk, met ouders en leerling, bepalen van een reëel perspectief en het vinden én bewandelen van de juiste weg is onze kerntaak. De uitstroomperspectieven waar de leerlingen naar toegeleid worden zijn:

1.regulier onderwijs, beroepsopleiding (ROC/ leer-werktraject)
2.het vrije bedrijf (een werkplek binnen het bedrijfsleven)
3.de sociale werkvoorziening (beschermde werkvoorziening)
4.de dagbesteding

De visie verwoordt de kijk van de school op wat er in het belang van de leerlingen dient te worden nagestreefd. De school opereert vanuit een christelijke identiteit. Wij zien ieder mens als uniek en waardevol, ongeacht eigenschappen, mogelijkheden en beperkingen. Middels kernbegrippen als verbondenheid, geborgenheid, wederzijdse verantwoordelijkheid en betrokkenheid wil de school zorg en onderwijs geven aan de leerlingen, ongeacht hun achtergrond, religie of levensbeschouwing. Deze visie wordt beïnvloed door allerlei maatschappelijke en professionele ontwikkelingen, door regelgeving en kwaliteitseisen. De kwaliteitsvragen die de school voortdurend probeert te beantwoorden zijn: ‘doen wij de goede dingen en doen wij de dingen goed’ en ‘zeggen we wat we doen en doen we wat we zeggen
?’


2.2 Uitgangspunten

·De school wil een veilige school zijn, waar heldere regels en afspraken gelden voor  de leerlingen en het personeel, over hoe we met elkaar omgaan
·Elke leerling en volwassene wordt serieus genomen en respectvol bejegend
·Het werken in kleine groepen maakt ruimte voor sociaal-emotionele ondersteuning;
·We bieden vraaggestuurd onderwijs en begeleiding op maat
·De individuele leer- en trainingstrajecten worden afgestemd op het reële toekomstperspectief
·D.m.v. planmatige en doelgerichte ondersteuning bevorderen we het gevoel van eigenwaarde, stimuleren we een positief zelfbeeld en leren we de leerlingen mede verantwoordelijk te zijn voor het eigen gedrag
·We willen dat de leerlingen de cognitieve, communicatieve en sociale vaardigheden leren vergroten en inzicht krijgen in de eigen mogelijkheden en beperkingen. Een reëel beeld van de arbeidsmarkt hoort daarbij



























3  AANMELDING EN TOELATING

3.1   Aanmelding via het Regionaal Expertise Centrum
Aanmelding voor de Lasenberg is geregeld in de Wet op de Expertise Centra en wordt bepaald door het Regionaal Expertise Centrum.

3.1.1  REC 4-4

Per 1 augustus 2003 is de Wet op de Expertise Centra in werking getreden. Alle scholen voor speciaal onderwijs van eenzelfde soort zijn ingedeeld in zgn. clusters:

·cluster 1: visuele stoornissen, onderwijs voor kinderen die slechtziend of blind zijn
·cluster 2: auditieve stoornissen, voor kinderen die doof of slechthorend zijn of eenspraak- of taalstoornis hebben
·cluster 3: scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen, langdurig zieke kinderen(zonder psychiatrische problematiek), kinderen die lichamelijk en/ofgeestelijk meervoudig gehandicapt zijn
·cluster 4: scholen voor kinderen met gedrags- en psychiatrische stoornissen

De Lasenberg is ingedeeld in cluster 4 en behoort tot het samenwerkingsverband REC 4-4, genaamd het REC ’t Gooi, Utrecht, West-Veluwe. Tot dit REC behoren de volgende 11 scholen:

· Berg en Boschschool, LZK · Van Leersumschool, LZK · Prof. Fritz Redlschool, LZK · De Zonnehuisschool, LZK · Beukenrode - Onderwijs, ZMOK · J.H. Donnerschool, ZMOK · Emaus College, ZMOK · De Lasenberg, ZMOK · De Mulock Houwerschool, ZMOK · De Pels, ZMOK · De Sprong, ZMOK · Bilthoven · Zeist · Soest · Zeist · Doorn · De Glind · Ermelo · Soest · Amersfoort · Utrecht · Maarsbergen


Het REC is opgericht om de bij de scholen aanwezige expertise op het gebied van onderwijs en begeleiding zoveel mogelijk te bundelen. Een REC verplicht zich om elk kind dat wordt aangemeld en in aanmerking komt voor speciaal onderwijs, een plaats te geven op één der scholen.

Het beleid is er echter ook op gericht om leerlingen met bijzondere hulpvragen zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs begeleiding te bieden. Dan kan er eventueel sprake zijn van Ambulante Begeleiding.





















Kort samengevat moet een REC inhoud geven aan de volgende vijf functies:

1.Onderwijs: het geven van onderwijs aan de leerlingen
2.Diagnostiek: het helder krijgen van de hulpvraag en het plannen van de
            aanpak en behandeling
3.Ambulante Begeleiding: het vanuit de scholen voor speciaal onderwijs begeleiden van leerlingen in het reguliere onderwijs
4.Dienstverlening: advisering, ondersteuning, overleg met zorginstellingen
5.Onderzoek en ontwikkeling

3.1.2  De aanmeldingsprocedure

Ouders/verzorgers kunnen hun kind/pupil aanmelden bij het secretariaat van het Regionaal Expertise Centrum ’t Gooi, Utrecht, West-Veluwe. De adresgegevens kunt u achterin deze gids vinden. U kunt zich ook rechtstreeks wenden tot één der aangesloten scholen in uw omgeving. Zo kunt u zich vast een beeld vormen van de school waar uw kind/pupil mogelijk geplaatst gaat worden of van waaruit Ambulante Begeleiding verzorgd gaat worden.


3.1.3  De intake  (manager zorg)

De manager zorg speelt een belangrijke rol: als aanspreekpunt voor ouders/verzorgers, maar ook als begeleider tijdens de stappen die tijdens de procedure genomen moeten worden. De intakecoördinator van De Lasenberg is mw. B. van der Jagt, (tevens manager zorg). Zij heeft bij de aanmelding het eerste gesprek met de ouders/verzorgers en zal tekst en uitleg geven over cluster 4, het REC en De Lasenberg. Ook zal zij aangeven waaruit het dossier moet bestaan en aan welke voorwaarden het moet voldoen alvorens het wordt opgestuurd naar de Commissie voor Indicatiestelling.

Tijdens het intakegesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde:
·de hulpvraag van de leerling en zijn/haar ouders
·de verwachtingen van de leerling en zijn/haar ouders
·de veiligheid van de school
·het medicijnprotocol

3.1.4 De Commissie voor Indicatiestelling (CvI)

De Commissie voor Indicatiestelling (CvI) is een onafhankelijke commissie, die beoordeelt of uw kind/pupil in aanmerking komt voor hulp vanuit het REC. Dat kan zijn via Ambulante Begeleiding op een reguliere school of door plaatsing op een school voor speciaal onderwijs. Hierbij kijkt men in de eerste plaats naar de aard en de ernst van de problematiek. Maar ook of er al hulp geboden is en of die geholpen heeft; welke moeilijkheden uw kind/pupil op de reguliere school ondervindt en wat er al geprobeerd is om die problemen op te lossen. Of uw kind/pupil toelaatbaar is voor dit type onderwijs, wordt bepaald aan de hand van een aantal objectieve criteria, die in de wet zijn vastgelegd. De intakecoördinator zal deze criteria tijdens het intakegesprek met u bespreken.


3.2 Bij opname in Arkemeyde of Lijn 5/OPL


Leerlingen die geplaatst worden op een van de bovenstaande orthopedagogische behandelcentra en die aangewezen zijn op het onderwijs dat De Lasenberg biedt, kunnen indien de gezamenlijke intake van onderwijs en zorg dit indiceert, direct geplaatst worden zonder tussenkomst van externe instanties. Voorwaarde is, dat de zorginstelling en De Lasenberg een gezamenlijk (be)handelingsplan maken (één kind, één plan). Wel wordt aan ouders en plaatsende instanties geadviseerd, een REC-indicatie aan te vragen in verband met eventuele doorstroming naar een andere vorm van onderwijs.

3.3 De keuze is aan de ouders

Als uw kind/pupil toelaatbaar is, dan krijgt u leerling-gebonden financiering (LGF) en kunt u zelf kiezen waar uw kind/pupil en het geld naartoe gaan: naar de school voor speciaal onderwijs of naar de reguliere school met Ambulante Begeleiding. Hoewel de REC-4-scholen, waaronder ook De Lasenberg valt, tot hetzelfde type onderwijs behoren, is er toch ook sprake van verschillen in
specialistische kennis en aanpak binnen de scholen. Daarom zal de Commissie voor Indicatiestelling in het geval van plaatsing op een school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs dié school adviseren waar naar haar mening uw kind/pupil het best op zijn plaats is.

3.4 De Commissie van Begeleiding

Kiest u voor plaatsing op De Lasenberg, dan stelt de Commissie van Begeleiding van De Lasenberg vast, aan de hand van dossieranalyse, of de aangemelde leerling voldoet aan de toelatingscriteria van de school. Deze Commissie van Begeleiding bestaat uit de manager onderwijs,
de manager Zorg, de schoolarts, de schoolmaatschappelijk werker en de psycholoog. Elke aanmelding wordt aan de volgende criteria getoetst:

·het niveau van de leerling, het IQ moet tussen de 60 en 85 liggen
·de leeftijd, moet tussen de 11 en 18 jaar zijn
·of er een indicatie voor ZMOK-onderwijs is, hoe is de omschrijving van de gedrags- en/of psychiatrische problematiek
·het behandelperspectief

Een aanmelding wordt afgewezen wanneer er sprake is van:

·problemen bij een jongere die voortkomen uit externe problemen waar hij/zij geen invloed op heeft.
·drugs,- alcohol- en/of gokverslaving
·ernstige lichamelijke beperking
·extreem fysiek geweld, waaronder seksuele delicten
·extreem crimineel gedrag, waaronder wapengebruik
·het niet kunnen waarborgen van de veiligheid van leerlingen en personeel
·een te intensieve begeleidingsbehoefte

De Commissie van Begeleiding formuleert na bestudering van de dossiergegevens de hulpvraag, de begeleidingsbehoefte, het plan van aanpak en de aanzet van het handelingsplan. Zes weken na plaatsing evalueert de Commissie van Begeleiding het plaatsingsbesluit. Daarna is deze Commissie gedurende de schoolloopbaan van de leerling verantwoordelijk voor de afstemming van hulpvraag, begeleidingsbehoefte en het onderwijsaanbod. De Commissie van Begeleiding overlegt met ouders/ verzorgers wanneer er diagnostisch onderzoek moet plaatsvinden en/of een meer specifieke behandeling en/of zorg nodig is dan De Lasenberg kan bieden.





















4  DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS

4.1 Programma aanbod

Al het onderwijs is gericht op het aanleren van vaardigheden en het ontdekken van mogelijkheden. Van groot belang is dat de leerlingen leren om de interactie met de omgeving te verbeteren. Door het aanbieden van een passend vakkenpakket afgestemd op de mogelijkheden van de leerlingen proberen wij leerlingen te ondersteunen in het:
§zelfvertrouwen
§vertrouwen in de ander
§vergroten van zelfredzaamheid
§ontdekken van mogelijkheden en interesses
§leren omgaan met de beperkingen
§ontwikkelen van communicatieve vaardigheden
§versterken van sociale vaardigheden
§aanleren van didactische en cognitieve vaardigheden
§aanleren van vaktechnische vaardigheden
§ontwikkelen van een werkhouding


4. 2 De klassenindeling en groepsgrootte

De school is georganiseerd in 4 leerjaren (clusters) van drie - vijf groepen.
Er wordt gewerkt met kleine groepen. De groepsgrootte van het eerste en tweede leerjaar bestaat uit 8 leerlingen. In het derde leerjaar bestaat de groep uit 11 leerlingen. Het vierde leerjaar is de groepsgrootte 15 leerlingen. Omdat de leerlingen veel individuele begeleiding nodig hebben, werken we binnen de praktijkvakken en de arbeidstraining met groepen van 4-6 leerlingen.

De verdeling over de vier  leerjaren (14 klassengroepen) is afhankelijk van leeftijd, ontwikkelingsniveau, sociale redzaamheid en aard van de gedragsproblematiek. Het onderscheid (per klas) in het pedagogisch- en didactisch klimaat biedt mogelijkheden voor differentiatie.


4.3 Het vakkenpakket

Leergebieden en lesinhouden worden samengesteld op basis van het ontwikkelingsniveau en het niveau van het didactisch functioneren. De leerdoelen worden ontleend aan het basisonderwijs en de basisvorming van het voortgezet onderwijs. De leerdoelen zijn gericht op zelfredzaamheid, het ontwikkelen van een perspectief op werk en/of vervolgonderwijs en/of het toewerken naar een diplomering.

In de eerste en het tweede leerjaar krijgt het aanleren van cognitieve basisvaardigheden nog veel aandacht. Daarnaast oriënteren de leerlingen zich op de praktijkvakken. In het  derde leerjaar volgen de leerlingen een keuzepakket aan praktijkvakken. Vanaf het 15e jaar kunnen leerlingen instromen in de arbeidstraining en stage.


4.4 Algemeen Vormend Onderwijs

De leerlingen krijgen les in de volgende algemeen vormende vakken: taal/ Nederlands, rekenen/ wiskunde, wereldverkenning, levensbeschouwelijke - en godsdienstige vorming , zintuiglijke oefening, sociale redzaamheid,
gezond gedrag, basisvorming en leefstijl.   In het eerste leerjaar (VSO 1) ligt het accent van het onderwijs op de basisvaardigheden van de cognitieve vakken, taal en rekenen.
Het tweede leerjaar (VSO 2) bestaat uit het verder ontwikkelen en het toepassen van de cognitieve vaardigheden. In het derde en vierde leerjaar (VSO 3 en 4) staan basisvorming en maatschappelijke zelfredzaamheid centraal. Het algemeen vormend onderwijs wordt afgestemd op het uitstroomprofiel en het toekomstperspectief. In alle leerjaren wordt er veel aandacht besteed aan de sociale en emotionele ontwikkeling van de leerling. Het opbouwen van zelfvertrouwen, zelfwaardering en het vertrouwen in de ander is belangrijk. Dit gebeurt door gesprekken, het spiegelen van gedrag, werkpunten en groepslessen.


4.4.1 Ivio examens

De Lasenberg leidt niet op tot een einddiploma, zoals VMBO scholen dat bijvoorbeeld wel doen. De Lasenberg is er op gericht om leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op een goede plek in maatschappij en werk. Wij bieden leerlingen de mogelijkheid landelijk erkende examens van de stichting IVIO te halen. Regelmatig worden tentamens en examens georganiseerd op de deelgebieden Nederlands, Rekenen, Engels en ICT.  Er zijn certificaten op verschillende niveaus te behalen. De IVIO- certificaten geven een startkwalificatie voor een opleiding (bv bij een ROC) of werk. Meer informatie kunt u vinden op www.ivio.nl <http://www.ivio.nl>

     
4.4.2 Ict

ICT (informatie- en computertechnologie) is op De Lasenberg een wezenlijk onderdeel van het onderwijs. Alle klaslokalen zijn aangesloten op het Kennisnetwerk en bij ‘gewone’ lessen als rekenen, taal en wereldverkenning maken leerlingen steeds meer gebruik van de computer, ter ondersteuning van het leren, in hun eigen tempo en op eigen niveau. Bij de AVO-vakken (theorievakken) wordt met tekstverwerkingsprogramma’s en informatieverwerving via Internet gewerkt.


4.4.3 Documentatiecentrum

In het documentatiecentrum worden de leerlingen gestimuleerd tot het opzoeken en lezen van onderwerpen in documentatie, boeken en op Internet. Leerlingen kunnen in onze bibliotheek leesboeken lenen. Leerkrachten hebben ook de mogelijkheid om zelf of met een groepje leerlingen naar de schoolmediatheek (Idea, theater, bibliotheek en kunstcentrum) in Soest te gaan.


4.5 Praktijkonderwijs

Wij bieden de volgende praktijkvakken aan: gymnastiek, algemene technieken, creatieve technieken, tuin, techniek , hout en consumptieve technieken. Binnen de praktijkvakken staan de sociale vaardigheden, werkhouding en het veilig en hygiënisch leren werken centraal. Hiernaast wordt er aandacht besteed aan de basisvakkennis en technische vaardigheden.

In het eerste leerjaar krijgen de leerlingen algemene technieken en maken ze kennis met de andere praktijkvakken. In het tweede leerjaar zijn alle praktijkvakken verplicht. In het derde leerjaar is er de mogelijkheid tot een keuzepakket. Dit wordt steeds meer afgestemd op affiniteit en het toekomstperspectief. In het vierde leerjaar kan een praktijkvak aangeboden worden om de vaktechnische vaardigheden te verbeteren gericht op de beroepskeuze.


4.6 Arbeidstoeleiding


4.6.1 Arbeidstraining vindt plaats op locatie de Schakel, op vijf minuten loopafstand van de school. De arbeidstrainers, afkomstig uit het bedrijfsleven, begeleiden de leerlingen.

De leerlingen leren op een goede manier te werken: begrijpen van een werkopdracht, concentreren, volhouden, verantwoordelijk zijn voor je werk en zelfstandig leren werken.
Er wordt veel aandacht besteed aan de sociale vaardigheden: samenwerken, ontvangen van kritiek en het omgaan met collega’s en je baas. Hiernaast wordt er aandacht besteed aan de vaktechnische vaardigheden, zoals met gereedschappen en machines leren werken en daarmee veilig leren omgaan.

De leerlingen kunnen zich oriënteren op hun mogelijkheden en belangstelling door verschillend werk uit te voeren: montage (seriematig werk), houttechniek, textiel, groenvoorziening en een drukkerij.  Ook is er de mogelijkheid om onder begeleiding van een arbeidstrainer bij een extern bedrijf te leren werken. Voorbeelden van deze werkplekken zijn: in een magazijn (bouwmarkt), in de horeca (verzorgingshuis of een bedrijfsrestaurant) en in de detailhandel (supermarkt).


4.6.2 Stage

Leerlingen kunnen bij een extern bedrijf stage lopen. De stagebegeleider houdt regelmatig contact met de leerling en het bedrijf om de vorderingen door te spreken. Het leren in de praktijk staat centraal, op een stageplek die past bij de mogelijkheden van de leerling.

Na een kennismaking met het bedrijf of winkel, loopt de leerling eerst een paar dagen op proef en daarna wordt bekeken of de stageplek voldoet aan ieders verwachtingen. De eerste stap is een oriëntatie op werk. De laatste stageplaats moet zoveel mogelijk aansluiten bij het soort werk wat de leerling later wil gaan doen.

De stagebegeleider houdt de benodigde aanvragen in de gaten (zoals een Wajong uitkering, aanmelding sociale werkvoorziening). Hij bekijkt samen met de mentorleerkracht en de leerling of er mogelijke vervolgopleidingen zijn. De stagebegeleider bekijkt of er uitzicht is op een vaste baan en de leerling aangemeld moet worden bij een jobcoachorganisatie.


























4.6.3 Arbeidskundig onderzoek

Soms is het niet duidelijk wat een leerling voor mogelijkheden heeft en waar zijn of haar toekomst ligt. Om dit helder te krijgen kan een arbeidskundig onderzoek worden ingezet. Het arbeidskundig onderzoek (assessment) bestaat uit een gesprek met de leerling en het afnemen van een beroepsinteresse test om duidelijk te krijgen wat de leerling leuk vindt en in welke richting (beroepsveld) de leerling zich wil en kan ontwikkelen

Door middel van gesprekken met de begeleiders en het afnemen van een aantal arbeidsproeven, wordt in kaart gebracht wat de leerling al kan en wat hij nog wil en kan leren. Er wordt een rapport en stappenplan opgesteld waarin staat welke arbeidsinteresse de leerling heeft, welke arbeidsvaardigheden nog getraind moeten worden en op welk niveau hij naar arbeid kan uitstromen.


4.7 Leerling begeleiding


4.7.1 Handelingsplan

Tijdens het kennismakingsgesprek worden met de ouders/leerling de hulpvragen besproken. Deze hulpvragen worden in een handelingsplan vastgelegd. Een maand na plaatsing en verder elk cursusjaar wordt er door de mentorleerkracht een handelingsplan voor de leerling opgesteld. Doel van het handelingsplan is om op systematische wijze de ontwikkeling van de leerling in kaart te brengen. Het handelingsplan beschrijft de aanpak van de leerling  en wat er in de komende periode gaat gebeuren. De vorderingen van de leerling worden in het handelingsplan geëvalueerd. Het plan is ook bedoeld als een verantwoording en rapportage aan ouders/verzorgers.
Het handelingsplan moet door ouders ondertekend worden.

4.7.2 Leerling- en groepsbesprekingen

Elk cursusjaar vindt er in februari/maart een leerlingbespreking plaats. Alle leerkrachten en ondersteuners die met de leerling werken zijn hierbij aanwezig. Het handelingsplan wordt waar nodig bijgesteld.  Naast dit overleg zijn er regelmatig groepsbesprekingen waarin de voortgang van de leerling en het functioneren in de klas besproken wordt.

4.7.3 Zorgteam


Het Zorgteam houdt zich bezig met het ontwikkelen van beleid op onderwijskundig en pedagogisch gebied. Ook houdt dit team zich bezig met de uitvoering van het beleid en ondersteunt het medewerkers en leerlingen. Het Zorgteam wordt gevormd door de pedagoge, logopediste, remedial teacher, gedragsdeskundige van de achtervang, de psychologe, I.B.-er, jeugdarts en de schoolmaatschappelijk werker. De manager (leerlingen)zorg is voorzitter van het Zorgteamoverleg.

4.7.4 Remedial teaching, logopedie en ambulante therapie

Onze school biedt diverse soorten individuele ondersteuning, met als doel de ontwikkeling van de leerlingen die te lang blijven hangen in een lees- of spellingniveau en/of rekenen extra hulp te bieden.  Leerlingen worden regelmatig getoetst om vorderingen te volgen. Bij toelating en indien nodig tussentijds, wordt bepaald of logopedie en/of remedial teaching nodig is.
  

Bij emotionele problematiek wordt ambulante therapie aangevraagd.
Het ambulante therapieteam van Arkemeyde kan een leerling ondersteuning bieden middels  therapie. Hiervoor moet een zorgindicatie (CIZ) aangevraagd worden. Informatie hierover kunt u bij de manager zorg opvragen.























































4.7.5 Achtervang

De achtervang is een ruimte waar leerlingen kunnen verblijven wanneer zij tijdelijk niet meer kunnen deelnemen aan de klassensituatie. Het doel van de achtervang is het tot rust laten komen c.q. brengen van leerlingen, nadat er in de klas een conflict is ontstaan dat niet binnen de klassensituatie opgelost kan worden. Door de vaste begeleider van de achtervang wordt met de leerling gesproken om het probleem helder te krijgen en op te lossen. Tevens vindt overleg plaats met de betrokken leerkracht.

Ook kan er sprake zijn van preventieve opvang, binnen de achtervang, ter voorkoming van te verwachten problematiek. Door de extra gestructureerde omgeving is de leerling er tijdelijk beter op zijn plaats. Deze zorgvraag komt voort uit het overleg tussen de mentorleerkracht en het Zorgteam.

De Lasenberg voert een actief beleid t.a.v. de veiligheid. Op een veilige school voelen leerlingen en medewerkers zich thuis en worden zij als het nodig is beschermd, zodat het er plezierig leren en werken is. Er wordt veel aandacht besteed aan het oplossen van conflicten. Pesten wordt niet aanvaard, het gebruik van geweld wordt afgewezen en het in bezit hebben van een wapen wordt zondermeer niet getolereerd.

De school voert een bewust veiligheidsbeleid, spreekt gedragsregels af en handhaaft deze ook. Aandacht en begrip, respect en tolerantie vormen een vast onderdeel in ons dagelijks handelen.

De Lasenberg als veilige school realiseert zich dat onderwijs begint met opvoeding. De school kan niet de verantwoordelijkheid van de ouders overnemen maar stelt wel eisen en regels die noodzakelijk zijn voor een gezonde omgang met elkaar.

De schoolleiding staat in voor ieders veiligheid. Schoolleiding en personeel houden toezicht op wat er mis kan gaan en een ieder maakt melding van risico’s, bedreiging en schade. De school ziet er van binnen en buiten ordelijk en overzichtelijk uit; ook dit is een belangrijke factor bij het voeren van een goed veiligheidsbeleid.


























5  DE DAGELIJKSE PRAKTIJK

5.1  Schooltijden

OchtendMiddag
Maandag, dinsdag, donderdag 08.30 uur - 12.15 uur12.30 uur - 14.45 uur

Woensdag 08.30 uur - 12.00 uur

Vrijdag       08.30 uur - 12.15 uur12.30 uur - 13.30 uur


5.2  Vakantierooster 2009/2010
  
Herfstvakantie        17-10-2009 t/m 25-10-2009
Kerstvakantie         18-12-2009 t/m 03-01-2010
Voorjaarsvakantie    20-02-2010 t/m 28-02-2010
Paasvakantie          02-04-2010 t/m 05-04-2010
Meivakantie            30-04-2010 t/m 14-05-2010
Pinksteren             24 en 25 mei 2010
Zomervakantie        03-07-2010 t/m 14-08-2010
 
Studiedagenwoensdag 23 sept, woensdag 25 nov. 2009
maandag 15 maart 2010


5.3     Verzuim

5.3.1 Verzuim- en ziekmelding

Ongeoorloofd verzuim wordt op De Lasenberg niet geaccepteerd. Als hier sprake van is dan wordt altijd contact opgenomen met de ouders/verzorgers. Bij herhaling van ongeoorloofd verzuim worden de ouders/verzorgers op school uitgenodigd en wordt de leerplichtambtenaar en eventueel de plaatsende instantie ingelicht.

Als een dergelijke situatie zich voordoet, dan zal de school trachten te achterhalen wat de oorzaak van het verzuim is. Mogelijk is het leerprogramma voor de leerling niet voldoende uitdagend en moet dit worden bijgesteld. Mogelijk spelen andere, niet-schoolgebonden factoren een rol.

Als een leerling te laat komt of de school niet kan bezoeken wegens ziekte, doktersbezoek of andere redenen, dan dient de school daar vroegtijdig over ingelicht te worden. Dit moet (zo mogelijk) gebeuren vóór half negen, zodat de administratie de betreffende leerkracht kan inlichten voordat de lessen beginnen. Leerlingen die stage lopen, moeten zowel op het stage-adres als op school (ziek) afgemeld worden.


5.3.2. Te laat komen

Wij rekenen erop dat de ouders/verzorgers erop toezien dat hun dochter/zoon op tijd op school komt. Zonder reden te laat komen, valt onder ongeoorloofd schoolverzuim. Komt een leerling zonder geldige reden te laat op school, dan haalt hij tijd en werk na schooltijd in. Weigert de leerling dat, dan krijgt hij huiswerk mee naar huis en mag pas weer op school komen als het werk gemaakt is.
Herhaald zonder reden te laat komen, betekent een woensdagmiddag 2 uur nablijven.
De mentorleerkracht treedt in overleg met de ouders/verzorgers om mèt en dóór hen het vervoer naar huis te (kunnen) organiseren. Voor leerlingen van Arkemeyde geldt dat zij bij het later komen een briefje van de verzorgers meekrijgen waarop tijdstip en reden van het te laat komen staat. Leerlingen zonder briefje worden teruggestuurd naar de leefgroep.

Het te laat komen van leerlingen wordt bijgehouden. Als er sprake is van veelvuldig te laat komen, wordt dit vastgelegd in het leerling-dossier en wordt de leerplichtambtenaar door de school ingelicht.


5.4  Extra verlof

Het is in principe niet mogelijk om buiten de vastgestelde vakanties vrij te nemen. Dit kan alleen als er - door de schoolleiding te beoordelen - sprake is van “gewichtige omstandigheden”. De school is op grond van de Nieuwe Leerplichtwet verplicht om ongeoorloofde afwezigheid aan de leerplichtambtenaar te melden.

Voor leerlingen die op door religie erkende feestdagen extra verlof willen, geldt de regel dat dit schriftelijk  door de ouders/verzorgers aangevraagd moet worden.


5.5  Lesuitval

Bij afwezigheid van een leerkracht door ziekte of verlof, worden de leerlingen verdeeld over de andere klassen. Hierbij is het streven de leerling zoveel mogelijk binnen dezelfde “clustersfeer” op te vangen. Bij - te verwachten - langdurige ziekte wordt voor vervanging gezorgd.


5.6  Boeken en materialen


Boeken, schriften en mappen worden door de school verzorgd. Leerlingen moeten zelf zorgen voor:

·gymkleding (shirt, korte broek en gymschoenen zonder zwarte zolen)
·een schort voor de lessen huishoudkunde (is op school te bestellen)
·een overall of stofjas voor de overige praktijklessen
Het dragen van de kleding in de bovengenoemde lessen is verplicht, evenals de door de leerkracht vast te stellen beschermende maatregelen omwille van de veiligheid.



5.7 Leerlingenvervoer.

Leerlingen die ingeschreven staan op De Lasenberg, hebben indien zij niet in staat zijn zelfstandig te reizen, recht op het vervoer van- en naar school. Hiertoe moeten de ouders bij de gemeente van de woonplaats van de leerling, een aanvraag indienen. Deze aanvraag moet met een vervoersverklaring van de Commissie van Begeleiding van de school, ondersteund worden. De beschikking van de afdeling leerlingenvervoer van de gemeente kan een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer zijn, òf een vergoeding van de kosten van aangepast vervoer per taxi.
De vervoersbeschikking dient ieder schooljaar opnieuw aangevraagd te worden.

De verantwoordelijkheid voor het taxivervoer ligt volledig bij de ouders en/of wettelijk vertegenwoordigers en niet bij de school. Wel willen wij heel graag op de hoogte blijven van het reilen en zeilen binnen het leerlingenvervoer en zal de school indien nodig een bemiddelende rol spelen om het vervoer in goede banen te leiden.


























5.8  Overblijven

De leerlingen blijven tussen de middag op school. Om 12.15 uur is er een pauze op het schoolplein. De eerste en de tweede klassen en de derde plus vierde klassen hebben ieder een apart plein. Het door de leerlingen, onder begeleiding, gerunde winkeltje “de Toko” (met een beperkt assortiment), is maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag open.


5.9  Excursies, kampweken

Jaarlijks wordt er in juni een kampweek georganiseerd. Een paar mogelijke bestemmingen zijn: Duinrell, Texel, Limburg (survival), Friesland (zeilen), boerderijkamp en Paardenkamp. Een deel van de jongste leerlingen (Kolibrie en VSO-1) gaat eveneens op kamp. Een ander deel maakt dagtochten vanuit school.

Regelmatig worden excursies ondernomen, naar bedrijven, tentoonstellingen, sporttoernooien. Hierbij wordt gebruik gemaakt van twee  schoolbusjes die aangeschaft zijn voor werkprojecten op de Schakel.

























6  VEILIGHEID


6.1  Het schoolklimaat

De Lasenberg voert een actief beleid t.a.v. de veiligheid. Op een veilige school voelen leerlingen en medewerkers zich thuis en worden zij als het nodig is beschermd, zodat het er plezierig leren en werken is. Er wordt veel aandacht besteed aan het oplossen van conflicten. Pesten wordt niet aanvaard, het gebruik van geweld wordt afgewezen.
De school spreekt gedragsregels af en handhaaft deze ook. Aandacht en begrip, respect en tolerantie vormen een vast onderdeel in ons dagelijks handelen.  Bij een veilig schoolklimaat hoort ook een ordelijk en overzichtelijk schoolgebouw. Wij streven hiernaar bij onze nieuwbouw.

6.2Regels en veiligheid


6.2.1.  Schoolregels

De Lasenberg kent zijn eigen regels. Het gaat hierbij om afspraken waaraan de leerlingen en de medewerkers zich moeten houden om op een plezierige en respectvolle wijze met elkaar om te kunnen gaan. De belangrijkste schoolregels worden hieronder weergegeven en met de leerlingen aan het begin van het schooljaar doorgenomen opdat hierover geen onduidelijkheden zijn.

·Kleding/ jassen en petten
Tijdens de lessen worden geen jassen en petten gedragen. De jassen en petten worden opgehangen op de daarvoor bestemde kapstokken of worden in de kluisjes gestopt.
Zie verder 6.2.2
. voor een uitgebreide beschrijving van kledingvoorschriften.

·Roken
De school voert een actief anti-rookbeleid. Roken is toegestaan vanaf 16 jaar op een daarvoor aangewezen plek op het schoolplein (VSO 3 en 4 plein).

·Mobiele telefoons en/of camera’s
Mobiele telefoons staan  tijdens schooltijd en in de pauzes uit.
Bij overtreding wordt de telefoon  in beslag genomen en pas na overleg met de ouders/verzorgers terug gegeven.


·Waardevolle bezittingen/kluisjes
De school is niet aansprakelijk voor vermissing of beschadiging van waardevolle zaken (als  mp-3 spelers, telefoons e.d.). Voor het opbergen van geld of waardevolle spullen zijn in de klassen kluisjes aanwezig. Deze kunnen voor een klein bedrag gehuurd worden. De schoolleiding kan kluisjes openen wanneer er een vermoeden is van een strafbaar feit.


·Diefstal, ruilhandel en heling
Bij diefstal of geweld op school  kan worden overgegaan tot aangifte bij de politie. Leerlingen die geld of goederen van de school, stagebedrijven, medeleerlingen of van personeel ontvreemden, zullen op gepaste wijze gestraft worden. (Ruil)handel en/of heling in goederen is verboden.

·Spijbelen en/of verwijdering uit de klas
Niet gevolgde lessen door spijbelen of verwijdering i.v.m. overtreding van regels 
worden, op een door de mentorleerkracht te bepalen tijdstip, ingehaald. Dit kan gebeuren in eigen tijd, ná schooltijd. De mentorleerkracht treedt in overleg met de ouders/verzorgers om mèt en dóór hen het vervoer naar huis te (kunnen) organiseren.


·Discriminerend gedrag
Bewuste kwetsing van medeleerlingen en/of personeel door vechten, discriminatie, seksistische opmerkingen, of schelden, wordt niet getolereerd.

·Drugs en alcohol
Drugs, alcohol of andere geestverruimende middelen mogen niet op school, of tijdens andere schoolactiviteiten, zoals stages of excursies, in bezit zijn of gebruikt worden. Tevens mogen leerlingen onder schooltijd niet onder invloed van deze middelen verkeren. Signalering van gebruik van en/of handel in drugs en alcohol of andere geestverruimende middelen, heeft als gevolg dat  de betreffende leerling direct wordt doorverwezen naar de manager Onderwijs, waarop onmiddellijke schorsing of verwijdering kan volgen.


·Bedreiging en geweld
Gebruik van extreem geweld tegen een leerling of medewerker en of wapenbezit kan leiden tot onmiddellijke schorsing. Tevens wordt hierbij altijd de plaatselijke politie ingeschakeld. Herhaling van dergelijke incidenten leidt tot het opstarten van de verwijderingprocedure.

·Vuurwerk
Bij het in het bezit hebben, of afsteken van vuurwerk, volgt een schorsing en wordt aangifte gedaan bij de politie.

·Vernieling en beschadiging
Vernieling  en bewuste beschadiging van andermans bezit, worden niet geaccepteerd. In voorkomende gevallen zal de WA-verzekering van (de ouders van) de leerling worden aangesproken.





















6.2.2. Kledingvoorschriften voor personeel en leerlingen


De school heeft een aantal regels ten aanzien van kleding. Deze regels hebben te maken met veiligheid, respect, omgangsvormen en het op een plezierige manier verlopen van het naar school gaan. Zowel voor personeel als leerling moet de kleding veilig en doelmatig voor schoolgebruik zijn.
De hieronder staande kleding kan ´onrust´veroorzaken en wordt niet geaccepteerd:
·kleding met dubieuze teksten (aanstootgevend, provocerend, seksueel getint);
·kleding die een dreigende uitstraling/ associatie veroorzaken (bv discriminerend)
·situaties met zichtbaar ondergoed
·te blote of te korte kleding (blote buik, schouders, decolleté)
·naaldhakken
·in de les geen hoofddeksels ( betreft zowel petten, mutsen als sjaals)
·gezichtsbedekkende sluiers en/of mutsen

Leerlingen en personeel  worden op het bovenstaande aangesproken. De school kan leerlingen in bovengenoemde gevallen ( bij het negeren van de voorschriften) de toegang tot de school ontzeggen. Dit ter beoordeling van de schoolleiding. Ouders/verzorgers zullen in voorkomende gevallen altijd door de school worden ingelicht. Er zal tevens een beroep worden gedaan op een gezamenlijke verantwoordelijkheid van school en thuissituatie. Na een gepaste verandering in de kledij is de leerling uiteraard weer welkom.


6.3 Schorsing , verwijdering en andere pedagogische maatregelen

Het doel van het onderwijs op De Lasenberg is het creëren van een klimaat dat optimale ontwikkelingskansen biedt aan onze leerlingen. Wij willen een veilige school zijn. In situaties waarin de veiligheid in het gedrang komt, is het belangrijk dat leerlingen, personeel en ouders weten wat er gaat gebeuren en welke hulp er geboden wordt. Het voorkómen van conflicten is van groot belang.

Grensoverschrijdend gedrag dat ingrijpende gevolgen heeft voor het lesverloop, medeleerlingen, de leerling zelf of de leerkracht, kan leiden tot een schorsing. De schorsing bedraagt maximaal een week en hierop zijn de wettelijke regelingen van het onderwijs als omschreven in het veiligheidsplan, van toepassing. In deze week moet opgegeven  huiswerk worden gemaakt.
Een schorsing  heeft als doel om als startpunt te dienen voor een verantwoorde voortgang binnen de Lasenberg. Na een schorsingsperiode worden de ouders/verzorgers verwacht om in samenspraak met de leerling, de manager zorg en manager onderwijs een plan  uit te werken.
Schorsingen worden gemeld bij de leerplichtambtenaar.
Voor plaatsbekostigde leerlingen kan in het kader van één kind, één plan worden gekozen voor een pedagogische verwijdering. 

Bij het zich meermalen voordoen van ernstige incidenten en/of grensoverschrijdend gedrag in betrekking tot veiligheid, kan worden overgegaan tot een procedure die kan leiden tot een definitieve verwijdering.
De voorwaarden en de regelgeving daarvoor zijn opgenomen in het veiligheidplan.


Grensoverschrijdend gedrag behelst de volgende onderwerpen:

·vernieling en vandalisme
·verbale en fysieke intimidatie en agressie
·wapenbezit
·seksuele intimidatie
·diefstal, verduistering en heling
·drugs/alcoholbezit en/of gebruik hiervan
·vuurwerk en/of handel hierin

6.4 
Klachtenregeling

Het kan voorkomen dat een leerling, ouder of verzorger een bepaalde klacht heeft. Een klacht kan over veel dingen gaan. Het hangt dan ook van de aard van de klacht af bij wie u moet aankloppen.
Met kleinere problemen gaat u eerst naar de mentorleerkracht. Kleine zaken kunnen meestal in een gesprek worden opgelost. Bij ernstiger klachten, of als overleg met de leerkracht geen resultaat oplevert, kunt u met de klacht terecht bij de schoolleiding. Deze zal dan samen met u en de leerkracht naar een oplossing zoeken.

U kunt een klacht indienen als het gaat om ongewenst gedrag in de breedste zin van het woord.
Het kan gaan om bijvoorbeeld seksuele intimidatie, machtsmisbruik, discriminatie, pesten, agressie of geweld. Sinds augustus 1998 is door de minister van onderwijs een klachtenregeling voor het onderwijs verplicht gesteld. Het bevoegd gezag van de Lasenberg heeft zich hiervoor aangesloten bij de landelijke Klachtencommissie van de Besturenraad Protestants-Christelijk onderwijs. Deze Commissie zal de klacht in behandeling nemen volgens het protocol dat is vastgelegd in het Klachtenreglement. Dit reglement geeft aan met welke klacht men waar terecht kan en hoe men met deze klacht dient om te gaan. In het reglement staat ook wie de klacht afhandelt en binnen welk tijdsbestek. Het Klachtenreglement is op te vragen bij de schooladministratie. 

De klachtenregeling is bedoeld voor leerlingen, ouders/voogden/verzorgers , het personeel, stagiairs,  de schoolleiding, het bevoegd gezag. Deze personen kunnen zowel klager als aangeklaagde zijn.

Voor de uitvoering van de klachtenregeling heeft de school interne contactpersonen die als schakel fungeren naar de externe instanties en vertrouwenspersonen. Voor de leerlingen is dat mw. E.van der Jagt ( manager zorg), voor het personeel is dat mw. M.Keus ( psycholoog). De contactpersoon zal u adviseren over hoe u verder kunt met uw klacht. De contactpersonen hebben een geheimhoudingsplicht.  Zeer ernstige klachten zullen direct doorverwezen worden naar het bevoegd gezag en/of de landelijke Klachtencommissie en de externe vertrouwenspersonen die naast een bemiddelende rol vooral tot taak hebben de klager te verwijzen naar instanties die gespecialiseerd zijn in nazorg en opvang.
U kunt voor ernstige klachten ook terecht bij het  centraal meldpunt vertrouwensinspecteurs  of rechtstreeks bij de landelijke klachtencommissie. De contact adressen vindt u achter in deze gids

























6.5  Arbo

Iedere onderneming, dus ook iedere school, is volgens de wet verplicht beleid te voeren dat gericht is op het verbeteren en in stand houden van zaken die te maken hebben met veiligheid, gezondheid en welzijn. Om hier zicht op te krijgen dienen tal van situaties, die te maken hebben met arbeidsomstandigheden, gecontroleerd en beschreven te worden. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan veiligheid van gymtoestellen en lokalen, periodieke controle van elektrische apparatuur, goed meubilair, brandveiligheid, goede verlichting, een ontruimingsplan, EHBO, maar ook bijvoorbeeld aan het aanstellen van vertrouwenspersonen en het opstellen van een klachtenprocedure.

Met het oog op het voorkómen en bestrijden van calamiteiten zoals brand heeft De Lasenberg een Bedrijfshulpverleningsorganisatie opgezet. Een aantal medewerkers is opgeleid tot bedrijfshulpverlener, wat inhoudt dat deze mensen adequaat kunnen handelen in geval van beginnende brand of andere calamiteit. Aan alle brandpreventievoorschriften is inmiddels voldaan en jaarlijks wordt aan de hand van het draaiboek van het ontruimingsplan en onder begeleiding van de brandweer van Soest, een ontruimingsoefening gehouden.

Doel van het voeren van beleid rond de arbeidsomstandigheden is een situatie en sfeer te ontwikkelen waarin zowel het personeel als de leerlingen zich veilig en prettig voelen. En mocht er onverhoopt iets misgaan, dan is in ieder geval duidelijk hoe er gehandeld moet worden.
Indien u vragen of opmerkingen heeft, die betrekking hebben op de gebieden veiligheid, gezondheid en welzijn, , dan kunt u zich wenden tot de arbocoördinator dhr. G. de Clippelaar of de aan de school verbonden preventiemedewerker dhr. K. Geurts.



7  OUDERCONTACTEN


7.1  Contacten met ouders en verzorgers

Het team vindt het van groot belang dat er een goede samenwerking is tussen de school en de ouders/verzorgers. Elkaar duidelijk informeren en tot afspraken komen op het gebied van onderwijs, behandeling en thuissituatie, komt het ontwikkelingsproces van de leerling ten goede. Bij de contacten met de ouders staan de hulpvraag en het toekomstperspectief van de leerling centraal.

Zes weken na plaatsing worden de ouders/verzorgers namens de Commissie van Begeleiding uitgenodigd voor een gesprek waarin de procedure rond de toelating en het inmiddels ontwikkelde handelingsplan aan de orde komt. Na drie maanden worden de ouders/verzorgers nogmaals uitgenodigd, ditmaal komen vooral de tot dan toe bereikte resultaten aan de orde.

Tweemaal per jaar zijn er ouderavonden, waar aan de hand van het schoolrapport - dat in december en juni uitgereikt wordt -  en het leerlingbegeleidingsplan, de ontwikkeling van de leerling besproken wordt. Eens per jaar is er een open dag.

Ouders/verzorgers kunnen uiteraard ook zelf een gesprek met medewerkers van de school aanvragen. Ook kunnen zij (werk-) afspraken maken m.b.t. periodiek overleg met de leraar.

De school heeft regels gemaakt t.a.v. het onderhouden van contacten met ouders die niet bij elkaar wonen. Het team van de school gaat ervan uit dat de ouders onderling hebben afgesproken hoe zij omgaan met de communicatie met school. Alle post vanuit school wordt verstuurd naar het adres waar de leerling woont. Voor het bespreken van rapporten en onderzoeksverslagen kan per rapport of verslag één oudergesprek afgesproken worden. Uitzondering op deze regel kan  aangevraagd worden bij de manager Zorg.






































7.2  De manager zorg

De manager Zorg heeft vooral tijdens de intakeprocedure contact met de ouders/verzorgers. Als in de loop der tijd blijkt dat het wenselijk is het handelingsplan van de leerling bij te stellen, dan verzorgt  de manager Zorg de contacten met de ouders/verzorgers hierover.


7.3  De mentorleerkracht

De mentorleerkracht is eerste aanspreekpunt voor de ouders over de dagelijkse gang van zaken op school en de vorderingen van de leerling. De mentorleerkracht is op de hoogte van de afspraken die gemaakt zijn door de Commissie van Begeleiding en de ouders, en handelt hier naar.

Tussen ouders/verzorgers en de mentorleerkracht kunnen afspraken gemaakt worden over hoe het contact geregeld wordt. Dit kan b.v. via een door de mentorleerkracht ingevuld schriftje, dat de leerling aan de ouders/verzorgers laat zien. Ook kan afgesproken worden dat overleg telefonisch gebeurt, of d.m.v. bezoekjes op school.

De mentorleerkracht bezoekt in de regel ééns per jaar de ouders van externe leerlingen thuis. Wat betreft de leerlingen die op Arkemeyde of het Lijn5/opbouwnet OPL verblijven, is er regelmatig overleg met de groepsleiding van de leefgroepen; soms dagelijks bij het halen en brengen van de leerling.

7.4  Medezeggenschapsraad

Aan de school is een Medezeggenschapsraad (MR) verbonden. Een MR bestaat uit een vertegenwoordiging van de ouders en een vertegenwoordiging van het personeel van de school.

Het doel van de MR is het bevorderen van openheid, openbaarheid en onderling overleg in de school. De MR mag zich bezighouden met alle schoolzaken. Zij kan ook voorstellen doen. Soms moet het schoolbestuur eerst advies of instemming vragen aan de MR, voordat zij bepaalde besluiten kan nemen.

Als er een plaats vacant is in de vertegenwoordiging van de oudergeleding, dan wordt u daar schriftelijk van op de hoogte gesteld en bent u in de gelegenheid zich verkiesbaar te stellen.

De MR bestaat uit:

·een ouder van een interne leerling,
·een ouder van een externe leerling,
·een leerkracht,
·een teamlid van het onderwijs ondersteunend personeel en
·een teamlid van de vakgroep praktijkonderwijs.

Het huishoudelijke reglement, de agenda, de notulen en het jaarverslag liggen ter inzage bij de administratie van de school. Als u vragen of suggesties aan de orde wilt stellen, dan kunt u deze doorgeven aan de oudergeleding van de MR. De adresgegevens kunt u achter
in deze gids vinden.






























































































































































































































7.5  Inzagerecht en de wet op de persoonsregistratie

Om de leerlingen optimaal te kunnen begeleiden bewaart de school veel gegevens in een dossier. Deze leerlingdossiers zijn ter inzage voor de medewerkers van de school, het bestuur en de inspectie. Ouders/verzorgers kunnen echter ook om inzage vragen.

Bij plaatsing elders, of als derden informatie opvragen, dienen ouders/verzorgers toestemming te geven voor het overdragen van deze informatie. Als dit aan de orde is wordt u hierover geïnformeerd. Het dossier wordt na het verlaten van de school vijf jaar bewaard en vervolgens vernietigd.


8  FINANCIËN 


8.1  Ouderbijdrage

De school vraagt een (vrijwillige) ouderbijdrage van € 50,-- per leerling per jaar. Deze bijdrage wordt gebruikt om activiteiten te financieren die niet door het ministerie worden vergoed. Het gaat dan om de schoolkampen, excursies, vrijdagmiddagactiviteiten (zoals zwemmen, schaatsen, bowlen) en materialen voor vieringen van o.a. Kerstmis, Pasen, Sinterklaas. U ontvangt hiervoor in het najaar een acceptgiro. Indien u niet in staat bent deze bijdrage te voldoen, dan kunt u contact opnemen met de directie.

















8.2  Verzekeringen

Wanneer een leerling bij ons op school geplaatst is, dan dragen wij daar ook de verantwoordelijkheid voor. Dit betekent echter niet dat de school voor álles aansprakelijk is. De wet spreekt de school alleen aan als er niet voldoende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen. Daarom heeft de school een eigen Wettelijk Aansprakelijkheidsverzekering (WA) afgesloten voor leerlingen, personeel, stagiairs en vrijwilligers. Deze verzekering is van kracht bij alle activiteiten die in schoolverband plaatsvinden en is geldig vanaf een uur voor het begin van de schooldag tot een uur na schooltijd.

De school is echter niet aansprakelijk voor diefstal van persoonlijke goederen of schade aan andere leerlingen of aan de school toegebracht. Daarom raden wij u dringend aan voor u en uw gezin een WA-verzekering (Wettelijk Aansprakelijkheid Particulieren) af te sluiten, waardoor u en uw gezin verzekerd bent voor de financiële gevolgen van schade en ongevallen aangebracht aan derden.

Alle leerlingen die stage lopen zijn gedurende de stage en tijdens de reis naar en van het stageadres WA verzekerd middels een stageverzekering. Deze verzekering is ook geldig bij stage tijdens schoolvakanties en weekends, mits er een stageovereenkomst is gesloten en ondertekend. Met name ook voor deze leerlingen is een privé afgesloten WA-verzekering noodzakelijk.


8.3  Sponsoring

Bij sponsoring gaat het om geld, goederen of diensten die een sponsor verstrekt aan het bevoegd gezag, directie, personeel of leerlingen, waarvoor een sponsor een tegenprestatie verlangt waarmee leerlingen of hun ouders in schoolverband worden geconfronteerd. Schenkingen vallen hier niet onder.

Bij sponsoring kan gedacht worden aan:

·lesmaterialen/leermiddelen;
·adverteren;
·periodieke uitgaven;
·activiteiten;
·gebouw, inrichting, exploitatie;
·apparatuur;
·cateringactiviteiten.

Het bevoegd gezag van De Lasenberg is verantwoordelijk voor wat er in verband met sponsoring op school plaatsvindt. Mocht er sprake zijn van sponsoring, dan worden de afspraken hierover tussen school en sponsor schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst. Uitgangspunt hierbij is dat sponsoring op geen enkele wijze de inhoud van het onderwijs mag beïnvloeden of de school in een afhankelijke positie mag plaatsen. De MR heeft instemmingsrecht m.b.t. sponsoring. Momenteel ontvangt De Lasenberg sponsoring om de kampweken te kunnen financieren, van de instanties het Nationaal Fonds Kinderhulp en de Stichting Kinderpostzegels.



























9  DE RESULTATEN VAN HET ONDERWIJS



Cursusjaar 2007 - 2008                   Jongens Meisjes

Totaal aantal leerlingen 1-10-2007      130         25

Instroom vanuit andere SO/VSO school 259
Instroom PRO/LWOO/Reg. Voortgezet Onderwijs103
Instroom vanuit het basisonderwijs 1-

Uitstroom naar ander VSO 9-
Uitstroom naar regulier Voortgezet Onderwijs 91
Uitstroom naar Arbeid 135
Uitstroom naar Wonen en dagbesteding 51

Totaal aantal leerlingen per 1-10-2008   130    30


10  NAMEN EN ADRESSEN

10.1  De Lasenberg

Bezoekadres :Hellingweg 1
3762 CP Soest 
Postadres: Postbus 186
3760 AD Soest
Telefoon:035-6095256
Fax:035-6095260
Website:
www.lasenberg.nl
E-mail:
info@lasenberg.nl

Arbeidstoeleiding
Bezoekadres: Laanstraat 4
Soest

Postadres: Postbus 186
3760 AD Soest
Telefoon: 035 5338508
Fax: 035 60 95 260
website: 
www.lasenberg.nl
E-mail: b.reynders@lasenberg.nl


10.2  Bestuur
Raad van Bestuur ’s Heeren Loo Zorggroep
Gedelegeerd bestuurder:
Dhr. Mr. A.G. Renting
Postbus 550
3850 AN Ermelo
tel: 0341 555 911


10.3 Management

Kwadrant Onderwijs

Govert Jan Visser           Bestuursmanager Kwadrant onderwijs
Annie de Groot               Manager Kwadrant Onderwijs (onderwijs-zorg)
Henk Jansen van Galen  Manager Kwadrant Onderwijs (personeel, financiën, organisatie)

Management Lasenberg

Leo Rauch               Teammanager Onderwijs Lasenberg
Bertie van der Jagt  Teammanager Zorg Lasenberg
Baukje Reynders     Teammanager Praktijk en Arbeid Lasenberg


10.4  Personeel de Lasenberg


10.4.1(Mentor)leerkrachten

Leny Whittaker                Kolibrie I
Jeannette de Vries          Kolibrie I

Esther Schuur                  Kolibrie II
Roelof Polinder                VSO 1A
Sidney Hill                        VSO 1B
Brigitte van der Lugt        VSO 1C
Jacqueline Prins               VSO 1C
Marco Quist                     VSO 2A
Bert Koelewijn                 VSO 2B
Fons Remmers                 VSO 2C
Hans Bijl                           VSO 2D
Tom Fijnenberg                VSO 2E 
John Knook                      VSO 3A
Johan Lokken                   VSO 3B
Ingeborg Lotze                VSO 3C 
Ton de Graaf                    VSO 3C
Sonja Pijma                      VSO 4A
Liesbeth Nielen                VSO 4A
Sjaak Pols                        VSO 4B
Sjoerd Bommel                 VSO 4B
Corine van den Eventuin  VSO 4B
Vacature                           VSO 4C
Marieke Lubbersen           VSO 3A/ Kolibrie II
Arjan de Groot                  Op de Rails


10.4.2  Vakleerkrachten


Leon Snaak                  Lichamelijke opvoeding
Gerard de Clippelaar    ICT en Techniek
Dirk van den Hoek        Consumptieve technieken
Siem Leeuwenkamp     Algemene Techniek
Marian van Zandvoort  Algemene Techniek
Jans Schepers              Tuinbouwkunde
Wim Sükel                    Techniek/ metaal
Vincent van Ginnike      Keramiek
Ed Vrouwe                    Bouwtechniek


10.4.3  (Technisch) assistenten, werkmeesters

Gijsbert Bruijn            Werkmeester arbeidstraining tuin
Rob van Hornsveld     Werkmeester arbeidstraining hout
Winny Paauw             Werkmeester arbeidstraining textiel
Wouter de Bruin         Werkmeester arbeidstraining montage
Frits Muller                  Werkmeester arbeidstraining repro
Marjan van Hofslot     Werkmeester arbeidsbegeleiding
Yolanda Bonouvrié      Werkmeester dierenverzorging/ kas
Paul Hoogenboezem  Werkmeester arbeidsbegeleiding horeca/huishoudkunde
Paul Steenbergen       Assistent tuinbouwkunde


10.4.4  Stagebegeleiders

Eduard Blijdorp   Stagebegeleider
Jos Hakvoort       Coördinatie stage en arbeidstoeleiding


10.4.5  Onderwijs ondersteunend personeel

Lucie de Ruig                  Pedagogisch medewerker Kolibrie
Chris Bakker                   Pedagogisch medewerker Kolibrie
Cindy van der Putten     Orthopedagoog Kolibrie
Liesbeth Oudenhuijzen  Interne begeleiding
Liesbeth Gankema         Remedial teacher/ didactische ondersteuning
Sjoerd Bommel               Remedial teacher/ didactische ondersteuning
Marleen Keus                 Psycholoog
Laurien Oostvogels        Psycholoog Op de Rails
Hester Aarninkhoff         Arbeidskundige/assessor
Erik van Nus                   Achtervang
Hester de Lange            Creatief therapeute/ drama
Joke Vegter                    Logopediste
Hanneke van der Graaf  School maatschappelijk werkster
Jan Willem van Straten  Jeugdarts
Armand Opten                Conciërge
Monique van Egdom      Administratief medewerkster
Lucia Regnery                medewerkster secretariaat

10.5  Jobstap

Arbeidsintegratie en Jobcoach
Jobstap
Zonnehof 17 Amersfoort
Tel.: 033 422 1600
www.jobstap.nl


10.6  Medezeggenschapsraad

MR De Lasenberg
p/a Hellingweg 1
3762 CP Soest
Email: mr@lasenberg.nl


10.7  Klachtencommissie

Landelijke Klachtencommissie
van de Besturenraad Protestants-Christelijk Onderwijs

Telefoon:070-3861697

Website:
www.klachtencommissie.org <http://www.klachtencommissie.org>
E-mail:
info@klachtencommissie.org <mailto:info@klachtencommissie.org>


10.8  Inspectie

Inspectie van het onderwijs

Website:
www.onderwijsinspectie.nl
E-mail:  
info@owinsp.nl

Vragen over onderwijs: 0800-8051 (gratis)

Klachtmeldingen over seksuele intimidatie,
seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld:

Meldpunt vertrouwensinspecteurs: 0900-1113111 (lokaal tarief)


10.9  Regionaal Expertise Centrum

Directeur :dhr. N. Nieuwboer

Bezoekadres:Siliciumweg 87-b
3812 SW Amersfoort

Postadres:Postbus 1481
3800 BL Amersfoort

Telefoon:033-4768488

Website:
www.rec4-4.nl <http://www.rec4-4.nl>
E-mail:
info@rec4-4.nl <mailto:info@rec4-4.nl>